Plastische kunsten in een diep dal

De ontwikkeling van disciplines uit de menselijke cultuur verloopt niet gelijkjmatig. Op sommige ogenblikken uit de geschiedenis bereiken bepaalde kunst-of cultuurvormen een hoogtepunt, zo sterk dat ze een maat voor alle dingen worden. Zo was voor de antieke Griekse wijsgeren onterecht de "homo filosoficus" de norm. Zo was in een nog niet zo lang geleden en verleden "KKK-samenleving" de onderdanige huismoeder toonaangevend voor het leven van vrouwen.

Het omgekeerde bestaat ook: perioden waarin bepaalde cultuurvormen volledig verwaarloosd worden en in een toestand van volkomen verval verkeren. Wat betreft plastische kunsten leven wij nu in zulk een periode. Er leven nu zo goed als geen grote meesters van de plastische kunst, veel van wat er geproduceerd wordt als plastische kunstwerken, is naar historische vergelijking meer dan ondermaats, zo niet zo goed als waardeloos. Zo waardeloos zelfs dat poetsvrouwen in musea het verschil niet merken tussen een gepretendeerd "kunstwerk" en door bezoekers achtergelaten vuilnis.

Ten gevolge van die betreurenswaardige toestand van de plastische kunsten, stijgen de werken van wel echte meesters uit het voltooide verleden naar ongekende, en vooral absurde marktwaarderingen: er is gewoon niemand die het hen nog kan nadoen, laat staan daadwerkelijk nadoet. Wat men in musea voor hedendaagse kunst tentoonstelt, is in het beste geval een beetje spitsvondig.

Wat maakt een artefact tot kunstwerk?

Het zou eveneens verkeerd zijn te denken dat het kunstgehalte van een plastisch werk kan herleid worden tot het realisme van zijn weergave. En dus komt de vraag: "Wat maakt een plastisch (of ander) werk tot kunstwerk, of, waarin schuilt zijn kunstgehalte?".

Voor mezelf is het antwoord: het samengaan van virtuositeit, esthetiek en universeel-menselijke inhoud. De drie voorwaarden zijn noodzakelijk, dwz als één van de drie ontbreekt is er geen kunst. Van de drie voorwaarden lijkt me de laaste, de universele tijdloze inhoud, het belangrijkste.

Zo was Johannes Vermeer zeker niet de enige die mooie prentjes kon schilderen in de 17de eeuw, maar hij maakte er de weergave van de verwondering van een brieflezend meisje van. Frédéric Chopin was zeker niet de enige pianist die leuke deuntjes kon spelen op de piano, maar hij maakte van de meest virtuose studies toch nog aangrijpende melodieën. Anderzijds is een schilderij als "De Schreeuw" van Edvard Munch niet zo technisch knap, noch esthetisch mooi, maar vooral pakkend door zijn treffende weergave van indringende wanhoop. Ook bij W.A. Mozart, zit het genie in de eerste plaats in zijn menselijkheid. Wat Francisco Goya uitbeeldde, is onvergetelijk, wat Leonardo Da Vinci maakte, bijft bij wijze van spreken tot op vandaag onevenaarbaar.

Wie zich wil ontplooien op artistiek vlak, en in dit geval op het gebied van plastische kunst, legt zich naar mijn mening best toe op het vergroten van zijn technische mogelijkheden, op het ontwikkelen van een knappe esthetiek en op de studie van de innerlijk-menselijke werkelijkheid die hij wil tonen.

De bevrijdende kracht van erotische kunst

Ik ben bijzonder geboeid door de bevrijdende mogelijkheden die van erotische kunst uitgaan. Het is soms frappant om vast te stellen hoe heersende en onderdrukkende klassen deze kunstvorm door de eeuwen heen steeds weer aan banden willen leggen.

Een eerste belangrijk thema van erotische kunst is de vrije meningsuiting. Nog steeds is in vele landen het maken en tonen van erotische kunst strafbaar.

De zelfbevestiging die vervat zit in de menselijke seksualitiet, is blijkbaar een bedreiging voor de machtsmonopolies van onderdrukkers. Erotische prenten werden ook niet weinig gereserveerd voor de "betere klassen". Doedelzakspelen was ooit bij de "gewone mensen" verboden wegens "lustopwekkend". Een beeldhouwer die een beeld van een liggende orgastische vrouw maakte, moest er een gifslang bij afbeelden, zodat het beeld transformeerde in dat van een dodelijk gebeten, stervende vrouw.

Soms is de terughoudendheid verbazend: de bekende Indische Khajuraho-tempels, versierd met afbeeldingen van standjes in alle denkbare variaties, moesten de bezoekers duidelijk maken waaraan ze niet mochten denken, eenmaal binnen in de tempel.

Over het algemeen geldt dat hoe onderdrukkender een cultuur, hoe groter het verbod op erotiek, en dus ook op erotische kunst. Het maken van erotisch kunst is naar mijn mening een daadwerkelijke vorm van menselijke emancipatie, verdraagzaamheid en zelfaanvaarding.

Het is dan ook begrijpelijk dat erotische kunst als genre weinig ontwikkeld is. In het antieke Griekenland maakte men erotische terracotta-vazen. De Romeinen versierden hun huizen met erotische fresco's, zoals de hier afgebeelde. De pre-Columbiaanse Moche-indianen uit Peru verwerkten erotische beeldjes in huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. In het Verre Oosten bestond een erotische prent-cultuur, in Japan "Shunga" genoemd. Maar in het Westen bleven erotische afbeeldingen veelal beperkt tot al dan niet spottend bedoelde karikaturen, of stimulerende prenten bij verhalen. Niettemin krijgt erotische kunst als genre meer en meer aandacht, maar dan weer met hier en daar een overaccentuering van kincky-seks. De collecties op de Erotic Art Webring, zijn een hedendaagse schuchtere poging naar het op de kaart zetten van het genre.

Het afbeelden van het gewone liefdesleven van gewone mensen, blijft problematisch. Werken als "L'origine du monde" (Gustave Courbet), "De naakte Maja" (Francisco Goya), en schetsen, gravures of beeldhouwwerken van Auguste Rodin, Gustav klimt of Pablo Picasso, bewijzen echter de dichte verwevenheid van plastische kunst en erotiek

En tot slot kan het begrip "erotische kunst" ook omgekeerd gelezen worden... .

Peter Van de Ven, tel: (015)33.06.22

Zie ook: Centrum Isis